In deze blogpost worden de juridische en ethische kwesties rondom aansprakelijkheid en strafnormen bij een ongeval met een autonoom voertuig onderzocht.
23 februari 2016. Dit was de dag waarop de zelfrijdende auto van Google, die in ontwikkeling was in San Francisco, VS, betrokken raakte bij het eerste ongeval en daarvoor aansprakelijk werd gesteld. Dit gebeurde omdat de zelfrijdende auto verkeerd inschatte of een tegemoetkomende bus voorrang zou verlenen. Dit was de schuld van de zelfrijdende auto van Google.
Een zelfrijdende auto verwijst naar een voertuig dat in staat is om autonoom zijn bestemming te bereiken door de wegomstandigheden te beoordelen zonder tussenkomst van de bestuurder. Zelfrijdende auto's worden ook wel autonome voertuigen genoemd. Ze bevatten apparaten zoals videocamera's in de voorruit voor het herkennen van verkeersborden en een Global Positioning System (GPS). Door laserscanners op het dak van de auto te bevestigen, kan deze inhalen vermijden en de snelheid aanpassen aan de snelheidslimieten. Dankzij deze technologieën kunnen zelfrijdende auto's hun omgeving detecteren en autonoom rijden zonder menselijke tussenkomst. Ze detecteren onafhankelijk realtime omgevingsomstandigheden en gebruiken voorspellende systemen op basis van nauwkeurige kaarten, waarbij gebruik wordt gemaakt van GPS en andere technologieën. Een autonoom voertuig is een voertuig waarbij een computer, en geen mens, al deze factoren volledig beoordeelt en het aandrijfsysteem van het voertuig aanstuurt.
Veel bedrijven, waaronder Google, zijn actief bezig met de ontwikkeling van autonome voertuigen. De dag dat autonome voertuigen daadwerkelijk op de weg rijden, lijkt niet ver weg. Momenteel worden er in sommige landen al testritten met autonome voertuigen uitgevoerd in specifieke zones onder beperkte omstandigheden. Dit is niet alleen gebaseerd op technologische paraatheid, maar ook op juridische en maatschappelijke consensus. Zo verhogen deze testritten de veiligheid van autonome voertuigen en verzamelen ze tegelijkertijd gegevens over mogelijke problemen die zich kunnen voordoen bij gebruik op de weg.
Er moeten echter nog verschillende problemen worden opgelost voordat autonome voertuigen daadwerkelijk op de weg kunnen rijden. Een voorbeeld hiervan zijn de aansprakelijkheid voor ongevallen veroorzaakt door autonome voertuigen en de vraag naar de bestraffing van dergelijke voertuigen. Er is een actieve discussie nodig over aansprakelijkheid en bestraffing voor ongevallen die het gevolg zijn van de schuld van autonome voertuigen. Voordat autonome voertuigen op grote schaal op de weg kunnen rijden, zijn een bevredigende conclusie en de invoering van relevante wetgeving noodzakelijk. Natuurlijk is de vraag wie verantwoordelijk is wanneer een autonoom voertuig door nalatigheid een ongeval veroorzaakt, niet geheel afwezig in de discussie. De meeste discussies draaiden om het idee dat óf de aanbieder van het autonome voertuig óf de passagier aansprakelijk gesteld moet worden.
Deze kwestie reikt echter verder dan louter aansprakelijkheid; het kan worden uitgebreid tot een discussie over hoe de maatschappij zeer geavanceerde technologieën zoals zelfrijdende auto's zal accepteren en reguleren. Als de aansprakelijkheid voor ongevallen veroorzaakt door zelfrijdende auto's uitsluitend bij de fabrikant wordt gelegd, zou dit een aanzienlijke last voor hen betekenen. Hoewel dit fabrikanten ertoe zou kunnen aanzetten om zich intensiever te richten op technologische verbeteringen om de veiligheid te vergroten, zou het ook angst kunnen aanwakkeren om nieuwe technologieën te implementeren, wat innovatie mogelijk belemmert.
Ik ben echter van mening dat in het geval van volledig autonome voertuigen die geen enkele menselijke tussenkomst vereisen, de aansprakelijkheid potentieel bij het voertuig zelf kan worden gelegd, in plaats van bij het bedrijf of de passagiers. Autonome voertuigen integreren kunstmatige intelligentie (AI) met informatie- en communicatietechnologie. De integratie van AI-technologie in een autonoom voertuig betekent dat de beslissingen die het neemt op basis van het observeren van de wegomstandigheden mogelijk kunnen leiden tot resultaten die niet in lijn zijn met het beoogde ontwerp van de fabrikant. In dergelijke gevallen roept dit de vraag op of het bedrijf dat het autonome voertuig heeft geproduceerd wel echt de volledige verantwoordelijkheid kan dragen. Bovendien, als het autonome voertuig alle beslissingen neemt, ben ik ook van mening dat passagiers niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. Daarom denk ik dat het autonome voertuig zelf een bepaald deel van de verantwoordelijkheid moet dragen voor ongevallen die door zijn schuld zijn veroorzaakt.
Juridisch gezien verwijst aansprakelijkheid naar de vereisten waaraan een dader die een overtreding heeft begaan, moet voldoen en die maatschappelijk kan worden veroordeeld. Bovendien definieert het strafrecht expliciet wie verantwoordelijkheid kan dragen als een persoon met de capaciteit om verantwoordelijkheid te dragen. Als autonome voertuigen in de toekomst gecommercialiseerd worden, kan er een tijdperk aanbreken waarin we ze aansprakelijk stellen voor ongevallen. Op dat moment zouden wetten moeten worden aangepast om de kunstmatige-intelligentietechnologie van het autonome voertuig als verantwoordelijke partij op te nemen. En wanneer het tijdperk aanbreekt waarin autonome voertuigen aansprakelijk worden gesteld, moet ook de kwestie van bestraffing van hun nalatigheid worden besproken. Straf is bedoeld om degenen die verantwoordelijk zijn voor misdrijven te straffen en herhaling te voorkomen. Veel mensen zouden waarschijnlijk twijfelen of straf daadwerkelijk kan worden opgelegd aan een niet-menselijke entiteit zoals een autonoom voertuig, of dat het überhaupt effectief zou zijn – een vraag die misschien helemaal niet is overwogen.
Dit roept een intrigerende vraag op: wanneer een autonoom voertuig een ongeval veroorzaakt, is het dan voldoende om het voertuig ter verantwoording te roepen? Dit leidt ook tot de vraag of het vertrouwen in de veiligheid van autonome voertuigen hierdoor wordt versterkt. Als de verantwoordelijkheid voor een ongeval met een autonoom voertuig uitsluitend wordt gedragen door materiële compensatie, draagt dit mogelijk niet significant bij aan het voorkomen van toekomstige ongevallen. Om ongevallen te verminderen, is het belangrijker om de oorzaak van het ongeval grondig te analyseren en het systeem op basis van die gegevens te verbeteren.
Ik ben echter van mening dat als we autonome voertuigen ter verantwoording roepen, er straffen moeten worden opgelegd. Deze straffen zullen waarschijnlijk een heel andere vorm aannemen dan de straffen die momenteel aan mensen worden opgelegd in het strafrecht. In dit verband moeten we ook methodologieën overwegen om fouten in autonome voertuigen te verminderen. Zo kan regelgeving nodig zijn die voorschrijft dat autonome voertuigen die betrokken zijn bij een bepaald aantal ongevallen uit de roulatie moeten worden genomen, gevolgd door een uitgebreide inspectie en verbetering van het systeem.
Wanneer een autonoom voertuig door nalatigheid een ongeval veroorzaakt, moet er sprake zijn van aansprakelijkheid voor het voertuig zelf. Indien dit niet gebeurt, kan dit leiden tot onschuldige slachtoffers bij ongevallen die worden veroorzaakt door nalatigheid van autonome voertuigen en kan dit leiden tot een situatie waarin ontwikkelaars van autonome voertuigen minder aandacht besteden aan veiligheid. Daarom ben ik van mening dat we de aansprakelijkheid voor ongevallen die worden veroorzaakt door nalatigheid van autonome voertuigen duidelijk moeten definiëren voordat het tijdperk aanbreekt waarin dergelijke voertuigen alle rijsituaties volledig beheersen. Dit proces zal uitgebreide discussie en debat vergen. Bovendien moeten we, indien autonome voertuigen aansprakelijk worden gesteld, overwegen hoe die aansprakelijkheid zal worden gehandhaafd, welke sancties zullen worden opgelegd en welke vorm die sancties zullen aannemen.
Ten slotte moeten, om autonome voertuigen te laten uitgroeien tot veilige en betrouwbare vervoermiddelen, ethische en juridische normen evolueren, parallel aan de technologische volwassenheid. Dit vertegenwoordigt een nieuwe paradigmaverschuiving in de samenleving en roept vragen op over onze mate van paraatheid. De uitdagingen en discussies die voor ons liggen, vereisen diepgaande reflectie, niet alleen op technische kwesties, maar ook op de relatie tussen mens en machine, verantwoordelijkheid en vertrouwen.