In deze blogpost onderzoeken we altruïstisch gedrag bij mensen en dieren aan de hand van de relatie tussen gunsten en wederkerigheid.
“Oog om oog, tand om tand” is een spreekwoord dat waarschijnlijk iedereen in Zuid-Korea wel eens heeft gehoord. We zijn allemaal situaties in ons dagelijks leven tegengekomen die bij dit gezegde passen. Bijvoorbeeld het gummetje van een vriend pakken als hij/zij de zijne kwijtraakt, is een voorbeeld van dit spreekwoord. Op dezelfde manier zijn “je oogst wat je zaait” en “je krijgt wat je verdient” zinnen die impliceren dat je uiteindelijk terugkrijgt wat je hebt gegeven.
Het is de herhaling-wederkerigheidshypothese, beschreven in het boek The Emergence of Altruism, die onze neigingen verklaart. Theorieën over de menselijke natuur worden al sinds de oudheid onder filosofen besproken, waaronder de vocalisatietheorie en de seksualiseringstheorie. De ondeugdtheorie stelt dat mensen slecht geboren worden, terwijl de deugdtheorie stelt dat mensen goed geboren worden. Geen van deze twee eenzijdige visies kan echter al het menselijk gedrag verklaren, en de wederkerigheidshypothese kwam naar voren om deze leemte op te vullen.
De wederkerigheidshypothese legt uit dat de vriendelijkheid van persoon A voor persoon B niet simpelweg kan worden verklaard omdat A altruïstischer is dan anderen, of omdat hij van nature goed is. Als je nadenkt over de keren dat je anderen gunsten hebt verleend, heb je dat waarschijnlijk gedaan met het idee dat je het deed omdat zij dit voor mij konden doen, in plaats van onvoorwaardelijk. Maar om dit voorwaardelijke altruïstische gedrag te laten plaatsvinden, moet het mechanisme van het geven en ontvangen van gunsten herhaaldelijk plaatsvinden, want wanneer iemand een gunst verleent, moet hij geloven dat de andere persoon de gunst zal terugbetalen. Om dit te laten gebeuren, moeten we vertrouwen in elkaar opbouwen door herhaaldelijk geven en nemen.
Volgens deze hypothese wordt deze tendens niet alleen bij mensen gezien, maar ook bij dieren. Het bekendste voorbeeld is de vleermuis, waarvan wordt gezegd dat hij het bloed dat hij die dag heeft verzameld genereus deelt met andere vleermuizen. Op het eerste gezicht lijkt dit gedrag misschien altruïstisch, maar het geldt alleen voor vleermuizen uit hun eigen stam. De reden hiervoor kan worden verklaard door de theorie die we hierboven noemden. Zolang ze tot hun stam behoren, zijn ze bereid dit te doen, omdat ze het bloed kunnen delen dat door andere vleermuizen wordt meegebracht op dagen dat er niet wordt gejaagd. Eén experiment toonde aan dat dit gedrag alleen voorkwam bij vleermuizen die ze herhaaldelijk zagen, ongeacht of ze verwant waren of niet. We kunnen dus concluderen dat vleermuizen andere vleermuizen helpen omdat ze weten wat ze ervoor terugkrijgen, en niet vanwege verwantschap.
De wederkerigheidshypothese is echter ook beperkt in haar vermogen om al het menselijk gedrag te verklaren. Zoals hierboven vermeld, is de voorwaarde voor de wederkerigheidshypothese dat de gunsten van de twee subjecten herhaaldelijk voorkomen. Als je echter goed kijkt, doen we zelfs in eenmalige situaties gunsten voor anderen. Een handje helpen aan iemand die gehandicapt is of hulp nodig heeft, is bijvoorbeeld een onvoorwaardelijke handeling zonder daar enige gunst voor terug te verwachten. We kunnen zien dat de wederkerigheidshypothese niet voldoende is om deze situaties te verklaren.
De wederkerigheidshypothese is een hypothese die naar voren is gekomen om de basis van menselijk gedrag te verklaren. Het is veelbetekenend omdat het verklaart wat andere hypothesen niet hebben kunnen verklaren, maar het heeft beperkingen omdat er nog steeds gedragingen zijn die niet alleen door deze hypothese kunnen worden verklaard. Omdat er echter nog steeds onderzoek wordt gedaan naar deze hypothese, zullen er methoden ontstaan om deze beperkingen te compenseren, en zal de hypothese een grotere betekenis krijgen.
In dit opzicht moet de wederkerigheidshypothese worden geanalyseerd naast andere theorieën om een dieper begrip te krijgen. Menselijk gedrag is zo complex en veelzijdig dat geen enkele theorie alles kan verklaren. Vanuit een evolutionair psychologisch perspectief is altruïstisch gedrag bij mensen bijvoorbeeld een resultaat van natuurlijke selectie omdat het overleving en voortplanting bevordert. Culturele factoren en sociale normen hebben ook een sterke invloed op menselijk gedrag. Met deze verschillende perspectieven kunnen we de voor- en nadelen van de wederkerigheidshypothese beter begrijpen.